Beheersverslag

Twee gescheiden vermogens

De wetgeving die de toegelaten activiteiten voor IBP’s bepaalt, deelt de toegelaten pensioen- activiteiten in twee groepen. Enerzijds de activiteiten naar zelfstandigen, en anderzijds de activiteiten waarbij er een verhouding werkgever-werknemer bestaat of activiteiten voor bedrijfsleiders. Amonis heeft in 2015 naast de toelating als IBP voor zelfstandigen, ook de toelating gekregen om activiteiten uit te oefenen voor bedrijfsleiders.

Deze twee types van activiteiten dienen wel strikt gescheiden beheerd te worden in zogenaamde gescheiden vermogens. Dit betekent dat er geen boekhoudkundige wisselwerking mag zijn tussen deze activiteiten.

Er werd bijgevolg een tweede gescheiden vermogen opgericht. Het eerste (bestaande) gescheiden vermogen bevat de klassieke activiteiten die Amonis sedert lange tijd onderneemt naar de zelfstandigen toe: VAP, solidariteit en gewaarborgd inkomen, evenals een nieuwe activiteit gelanceerd in 2018: de POZ (Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen). Het tweede gescheiden vermogen bevat de IPT’s voor bedrijfsleiders en de contracten gewaarborgd inkomen onderschreven door vennootschappen met als verzekerden de bedrijfsleiders. Onderstaand bespreken we de resultaten per gescheiden vermogen.

Vermogen 1
VAP, POZ en gewaarborgd inkomen voor fysieke personen

Jaarresultaat en winstdeelname

De Raad van Bestuur stelt aan de Algemene Vergadering voor om de winstdeelname voor het jaar 2018 goed te keuren in toepassing van artikel 3.4 van het pensioenreglement van Amonis:

Artikel 3.4 van het pensioenreglement

3.4.1 Egalisatiefonds voor financiële risico’s

Om de continuïteit te beschermen wordt er een post aangelegd op het passief van de balans van Amonis OFP die, toegevoegd aan de solvabiliteitsmarge, tot doel heeft een gebeurlijke daling van de waarde van de activa op te vangen.

De regels voor de berekening van het egalisatiefonds voor financiële risico’s zijn vastgelegd door de Raad van Bestuur en volgen financiële en boekhoudkundige voorzichtigheidsprincipes.

3.4.2 Bepaling van het te verdelen resultaat

Het bedrag dat het voorwerp van een mogelijke resultaatsverdeling uitmaakt, wordt verkregen na verrekening van de volgende elementen:

– de wijziging van de technische provisies, met inbegrip van de basisinterest zoals bedoeld in art. 3.3;

– de wijziging van de wettelijke solvabiliteitsmarge;

– de wijziging van de aanvullende solvabiliteitsmarge, met inbegrip van de dotatie aan het egalisatiefonds voor financiële risico’s

Het eventueel positief beschikbare saldo kan, op voorstel van de Raad van Bestuur, door de Algemene Vergadering geheel of gedeeltelijk verdeeld worden ten gunste van de Aangeslotenen en de Begunstigde(n).

Ook indien het egalisatiefonds voor de financiële risico’s niet volledig is opgebouwd, kan de Raad van Bestuur aan de Algemene Vergadering een resultaatsverdeling voorstellen.

3.4.3 Toekenningscriteria

De resultaatsverdeling wordt toegekend aan de Aangeslotenen van wie de Pensioen- overeenkomst in werking is op het ogenblik bepaald door de Algemene Vergadering. De resultaatsverdeling wordt bepaald in functie van het bedrag op de individuele rekening in het begin van het jaar, de nettostortingen, de overdrachten van verworven reserves, de solidariteitsbijdragen verricht gedurende het jaar, rekening houdend met hun Valutadata en eveneens in functie van het niveau van de basisinterest.

De resultaatsverdeling wordt ingeschreven op de individuele rekening van de Aangeslotene met valutadatum op 1 januari van het jaar van de beslissing tot resultaatsverdeling van de Algemene Vergadering.”

De Raad van Bestuur stelt voor om voor het jaar 2018 de volgende winstdeelname toe te kennen aan de aangesloten leden:

a) die jonger dan 65 jaar of 65 jaar waren op 31/12/2018 en waarvan de pensioenovereenkomst in werking is op 25 mei 2019, en

b) die in 2018 een persoonlijke of jaarlijkse pensioenbijdrage betaalden en/of waarvoor Amonis in de loop van 2018 beschikte over een “vaststaande schuldvordering op de sociale voordelen RIZIV”. In overeenstemming met artikel 5.2 van het pensioenreglement wordt deze schuldvordering gelijkgesteld met een betaling.

De Raad van Bestuur stelt voor de aangesloten leden die op 25 mei 2019 voldoen aan de voorwaarden a) en b) hierboven het volgende bedrag van winstdeelname toe te kennen:

  • een bedrag zodat het totaal rendement over de gehele individuele rekening in Sociaal VAP, rekening houdend met de drie generaties basisinterest, voor 2018 minimum 2,75 % netto bedraagt, verhoogd met een taks van 9,25 %;
  • een bedrag zodat het totaal rendement over de gehele individuele rekening in Gewoon VAP voor 2018 2,75 % netto bedraagt, verhoogd met een taks van 9,25 %;
  • een bedrag zodat het totaal rendement over de gehele individuele rekening in POZ voor 2018 2,75 % netto bedraagt, verhoogd met een taks van 9,25 %.

De globale verhoging van de individuele rekeningen naar aanleiding van deze winstdeelname bedraagt 4 702 751,62 €.
In fair value en inclusief taks, bedraagt deze verhoging 4 459 665,48 €. De taks is ten laste van de leden.

Verhoging van de lopende pensioenrentes

De Raad van Bestuur stelt voor een verhoging van de lopende pensioenrentes van 2,1 % toe te kennen aan de begunstigden die genieten van een rente op 25 mei 2019, en dit uitsluitend voor begunstigden van rentes ingegaan na 1 januari 1995.

De totale verhoging van de rentes wordt geraamd op 1 780 917 € en komt ten laste van het solidariteitsfonds als uitkering van de in voege zijnde rentes (art. 1, 4° AR 14/11/2003).

Opvolgingfinancieringsplan en financieringsniveau van de verplichtinge

Het financieringsplan voor de activiteiten vermeld in art. 75, §2 van de WIBP, in voege sinds 31 december 2012 (geratificeerd door de Algemene Vergadering op 25 mei 2013), bepaalt de berekeningswijze van de technische voorzieningen.

Het financieringsniveau van de verbintenissen wordt bepaald door de verhouding tussen de verplichtingen en de bezittingen. Afhankelijk van de manier waarop de verbintenissen worden gedefinieerd, bekomt men een verschillend resultaat. Amonis OFP berekent het financieringsniveau van de verbintenissen volgens de begrippen van voorziening op korte en op lange termijn zoals bepaald in de rondzendbrief CBFA_2008_05 van 13 februari 2008.

Voorziening op korte termijn
Conform de rondzendbrief CBFA_2009_13, zijn de verbintenissen waarmee de bezittingen moeten worden vergeleken de verworven reserves en de waarborg bedoeld in artikel 47, alinea 2, van de WAPZ. Deze betreffen de technische voorzieningen op korte termijn, buiten solidariteit (761 097,54 €). Volgens deze definitie ligt het financieringsniveau van Amonis OFP op 240,40 %, rekening houdend met de solvabiliteitsmarge.
Voorziening op lange termijn

Rekening houdend met de definitie van de technische provisies op lange termijn (1 709 137,88 €), bekomen we, conform het financieringsplan, een dekkingsgraad van 106,40%. Dit impliceert een solvabiliteit van bijna 275%. De verplichtingen zijn bijgevolg volledig gefinancierd.

Vermogen 2
IPT en gewaarborgd inkomen in vennootschap

Opvolging financieringsplan en financieringsniveau van de verplichtingen

Het financieringsplan voor de activiteiten vermeld in art. 74, §1, 1° van de WIBP (geratificeerd door de Algemene Vergadering op 28 mei 2016), bepaalt de berekeningswijze van de technische voorzieningen.

Dit financieringsplan bepaalt enerzijds de financiering van de IPT en anderzijds de financiering van het gewaarborgd inkomen met als onderschrijver een vennootschap. De IPT die aangeboden wordt aan bedrijfsleiders is in essentie een systeem van vaste bijdragen, waarbij de bijdragen worden geïnvesteerd conform een ‘life cycle’ die vastgelegd werd in het financieringsplan. De dekkingsgraad bedraagt 142,52%. De optionele dekking gewaarborgd inkomen wordt gefinancierd met een afzonderlijke bijkomende bijdrage. De verplichtingen zijn bijgevolg volledig gefinancierd.

Corporate governance

Amonis past de regels toe inzake goed beheer die door de controle-instanties zoals de FSMA aan de Instellingen voor Bedrijfspensioenvoorziening worden opgelegd.

De Raad van Bestuur laat zich bijstaan door comités die adviezen verlenen, elk voor zijn specifiek domein, en verslag uitbrengen van hun activiteiten. Deze comités zijn samengesteld uit leden van de Raad van Bestuur en externe medewerkers. Deze laatsten zijn ofwel leden van de Algemene Vergadering, ofwel externe experten.

Het Asset Allocation Comité informeert en geeft advies over de verschillende aspecten van het vermogensbeheer: investeringsstrategie en financieel risicobeheer.

Asset Allocation Comité
Gedurende de trimestriële vergaderingen, concentreert het comité zich op de samenstelling van de beleggingsportefeuille, de spreiding van de beleggingsrisico’s en de evaluatie van de verschillende beheerders in de verschillende beleggingscategorieën. Eveneens worden de rendementen en risicoberekeningen, uitgevoerd door de depothoudende bank, besproken.

In 2018 heeft het comité beslist om rechtstreeks binnen de OFP een nieuwe portefeuille op te richten voor genoteerde infrastructuuraandelen. Na een selectieprocedure georganiseerd in 2018, werd het beheer van deze portefeuille begin 2019 aan Cohen & Steers toevertrouwd. Het gedefinieerde ESG-beleid werd verder uitgerold over de portefeuille. Maatregelen werden genomen om de gevolgen van een harde Brexit op te vangen. Hiervoor werd beslist om het contract met de depothoudende bank te verplaatsen van Londen naar Luxemburg.

Het Risicocomité analyseert risico’s op financieel niveau, op operationeel niveau en op actuarieel niveau. Dit comité houdt zich specifiek bezig met de methodologie op het gebied van reservering, dekkingen, herverzekering, basisinterest en winstdeelname. Het Risicocomité bereidt ook het financieringsplan en de verklaring inzake beleggingsprincipes voor.

Risicocomité

In 2018 heeft het comité de evolutie van de dekkingsgraad geanalyseerd van de pensioen- en solidariteitsverplichtingen. En dit met bijzondere aandacht voor de dekking in functie van de looptijd van de verplichtingen (korte, middellange en lange termijn)

In een gemeenschappelijke zitting over de politiek van reservering en de gebruikte actuariële methoden over 2018, hebben het Risicocomité en het Auditcomité het verslag van de aangewezen actuarissen besproken. Het comité heeft de basisinterest voor 2019 vastgelegd rekening houdend met de marktomstandigheden en de weerslag hiervan op het financieel evenwicht op lange termijn. Verschillende elementen werden geëvalueerd: de herverzekeringsovereenkomsten betreffende het gewaarborgd inkomen en de solidariteit, de sterftecijfers inzake solidaire overlijdensdekking, gewaarborgd inkomen en lijfrentes, alsook aantal en duur van arbeidsongeschiktheidsmeldingen.
Het voorstel van resultaatsverdeling over 2018 werd eveneens besproken.

Het Auditcomité staat de Raad van Bestuur bij voor de opvolging van de financiële informatie, de interne controle en het auditproces.

Auditcomité

Het comité heeft kennis genomen van het jaarverslag 2017 en het tussentijds verslag door de commissaris Deloitte.
Controles werden uitgevoerd op de beoordeling van de jaarrekeningen en het jaarverslag, op de interne controleomgeving (beleggingsbeleid, IT-organisatie, uitkeringen, procedures, datakwaliteit en medische acceptatie, rapporten interne audit), op actuariële werkzaamheden en op nazicht van de notulen. Het comité heeft eveneens kennis genomen van het jaarverslag 2017 van de Compliance Officer voor de OFP en de CVBA, van het einde van het mandaat van de externe Compliance Officer en van de benoeming van een interne Compliance Officer die ook over het reputatierisico en de integriteit van de activiteiten die worden uitgevoerd door Amonis CVBA waakt. De nieuwe Europese Verordening inzake privacy, General Data Protection Regulation (GDPR), vormt een belangrijk aandachtspunt voor beide entiteiten. Deze verordening is van kracht vanaf 25 mei 2018 en betreft de bescherming van alle persoons- gegevens van leden en prospecten die in onze databank worden bewaard en die op onze mailings worden vermeld, alsook de medische gegevens en gegevens van het personeel. Een extern Data Protection Officer (DPO) van een filiaal van Hestia werd aangesteld. 

Het bureau Callens, Pirenne & Co heeft zijn interne auditrapport voorgesteld. Dit betreft de interne controle en administratieve procedures met betrekking op de algemene organisatie en het deugdelijk bestuur, de operationele activiteiten in gewaarborgd inkomen en pensioen en de opvolging van de openstaande aanbevelingen geformuleerd tijdens de vorige auditinterventies.

Het comité heeft de trimestriële rekeningen geanalyseerd en de budgetcontrole uitgevoerd samen met de CFO. Tijdens een gezamenlijke zitting met het Risicocomité werd kennis genomen van het verslag door de aangewezen actuarissen, alsook van hun positief advies over de provisioneringsmethodes en de solvabiliteit. Tot slot heeft de COO de stand van zaken meegedeeld over de informatieplicht aan DB2P.

Het Benoemings- en Vergoedingscomité gaat over de vernieuwing van mandaten, de benoeming, de vergoeding en de evaluatie van de Directeurs en de leden van de Raad van Bestuur, van de comités en van de Algemene Vergadering, evenals van de externe experts.

Benoemings- en Vergoedingscomité

In 2018 werd dhr. Peter Bruynooghe benoemd als lid van het Benoemings- en Vergoedingscomité en van het Auditcomité. Dr. Paul Hoste en dr. Manoel le Polain de Waroux werden benoemd als vervangende leden in de Deontologische Commissie.

Binnen de Raad van Bestuur werden dr. Jérémie Gras en dhr. Peter Bruynooghe als bestuurders benoemd, mevr. Rachel Lamock werd als onafhankelijk bestuurder benoemd, het mandaat van dr. Philippe Kolh werd hernieuwd voor 6 jaar en het mandaat van mevr. Brigitte Boone voor 3 jaar.

Binnen de Algemene Vergadering werden 6 mandaten hernieuwd, 4 leden, 1 gecoöpteerd lid en 2 vertegenwoordigers van de begunstigden werden benoemd en 1 buitengewoon lid werd verkozen.

Het comité heeft zich ook beziggehouden met de validering van de vergoedingen van de leden van de Algemene Vergadering op basis van hun effectieve aanwezigheid, alsook met de handtekening van alle vertrouwelijkheidsdocumenten.

De vergoeding van de bestuurders en de onafhankelijke bestuurders wordt op jaarlijkse basis bepaald. Verschillende categorieën worden voorzien.
Categorie 1 betreft 4 bestuurders die lid zijn van 2 comités. De vergoeding per lid bedraagt 25 000 €. Categorie 2 betreft 2 bestuurders die tegelijk lid zijn van 2 comités en voorzitter zijn van 1 van deze beide comités. De vergoeding bedraagt 28 000 € per lid. Categorie 3 betreft 4 bestuurders die ook lid zijn van het Coördinatiecomité. Hun vergoeding is vastgelegd op 52 000 €. Categorie 4 betreft 2 leden van het Coördinatiecomité waarvan de vergoeding op 32 000 € vastgelegd wordt. De globale vergoeding van de 9 leden van de Algemene Vergadering in de comités bedraagt 43 923 €. De globale vergoeding van de 3 externe experten in de comités bedraagt 13 500 €. Elke expert is gebonden door een contract dat jaarlijks hernieuwbaar is na evaluatie.

Belangrijke gebeurtenissen na het afsluiten van het boekjaar

Na het afsluiten van het boekjaar 2018 hebben zich geen belangrijke of materiële gebeurtenissen voorgedaan.

Wij willen u echter informeren dat de situatie op de markten uitzonderlijk blijft. De daling van de aandelenmarkten tijdens het laatste kwartaal van 2018 is tijdens de eerste maanden van 2019 volledig goedgemaakt.
De verwachte economische groei wordt echter in de verschillende economieën naar beneden bijgesteld, waardoor een stijging van de interestvoeten veraf blijft liggen.

Het klimaat van lage interestvoeten en hoog gewaardeerde aandelenmarkten blijft een omgeving creëren waarin investeerders op zoek gaan naar rendement en de keuze gaan maken voor alternatieven waar het rendement hoger wordt verwacht. Rendement krijgt de overhand en risico wordt hierbij genegeerd. Indien deze rendementen niet aan de verwachtingen voldoen, kan dit leiden tot een verhoogde volatiliteit op de financiële markten.

 

Toekomstige gebeurtenissen

Verstrenging van de bescherming van persoonlijke gegevens

De Europese Algemene Verordering Gegevens- bescherming (GDPR of General Data Protection Regulation) is op 25 mei 2018 in voege getreden. Deze nieuwe Europese wetgeving vervangt de databeschermingsrichtlijn van 1995 die niet aangepast meer was voor nieuwe technologieën.

GDPR of General Data Protection Regulation

De GDPR geeft aan de burgers de controle over hun gegevens en verhoogt de transparantie van gegevensverwerking door ondernemingen. Er is ook de verplichting om betrokkene(n) te informeren wanneer een lek van persoons- gegevens een verhoogd risico kan vormen voor hun rechten en vrijheden en moet de onderneming ook een register bijhouden met alle activiteiten tot de gegevensverwerking.

De invoering van GDPR betekent voor de aangeslotenen en de begunstigden dat zij nieuwe rechten krijgen zoals het recht op overdraagbaarheid van gegevens. De bestaande rechten zijn versterkt, met in het bijzonder een meer volledige informatie en transparantie.

Concreet hebben wij onze documenten herzien zodat de verwerking van de gegevens begrijpelijker en toegankelijker is voor onze leden en hebben wij het personeel gevormd zodat zij snel en doeltreffend de rechten van onze leden kunnen toepassen. Wij hebben ook onze privacy- clausule op onze website aangepast.

Ten slotte is de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer omgevormd tot de Gegevensbeschermingsautoriteit die over uitgebreidere bevoegdheden beschikt voor wat betreft de controle, bewaking en sanctionering.

Kwijting

De Raad van Bestuur vraagt aan de Algemene Vergadering kwijting voor de bestuurders en de commissaris voor de uitoefening van hun mandaat tijdens het boekjaar afgesloten op 31 december 2018.

Bezoldiging van de commissaris

De bezoldiging van de commissaris bedraagt voor 2018: 29 900 € excl. BTW.

De bezoldiging voor uitzonderlijke werkzaamheden of bijzondere opdrachten uitgevoerd binnen de vennootschap door de commissaris bedraagt voor 2018: 0 € excl. BTW.

Andere controleopdrachten: 0 €.

Belastingadviesopdrachten: 0 €.

Andere opdrachten buiten de revisorale opdrachten: 0 €

Version FR